De ochtend begon eigenlijk prima. Een relaxed dagje voor de boeg, want het was “maar” zo’n 230 km. Eerst heerlijk slingeren door de bergen, af en toe stoppen voor een foto — precies zoals je het je voorstelt.
Maar toen… de kustweg. Dat was echt geen feestje: overal olie, spekglad asfalt en dus constant opletten. Het rijgedrag helpt ook niet mee; mensen rijden boven op je achterkant, halen je op de meest onlogische plekken in en slaan dan 200 meter verder alweer af. Waarom? Geen idee.
Het land draait hier grotendeels op expats, vooral Indiërs. Dat zie je en merk je overal. De lokale bevolking neemt het allemaal niet zo nauw en zijn best lui— zelfs tanken of iets halen bij een winkel gebeurt vaak zonder uit de auto te stappen. Toeteren, wachten…nog eens toeteren … en als er niemand komt, rijden ze gewoon weer weg. Blijft bijzonder.

We zitten nu in een eenvoudig appartementje. Niet speciaal, maar prima om even bij te komen. Hier blijven we tot de 18e, daarna richting Dubai om de motoren in te pakken. En eerlijk is eerlijk: na eerst vier weken Vietnam en Cambodja heb ik nu wel genoeg gereisd. Tijd om naaar huis te gaan.